Column door Jos Everaers: Artikel 24 wordt goed gebruikt

Slechts 17% van de OR’en heeft met zijn bestuurder nooit een overleg gebaseerd op artikel 24, in de wandelgangen ook wel een ‘artikel 24-vergadering’ genoemd. Dus 73% van de OR’en heeft dat wel, zo blijkt uit een onderzoek van SBI Formaat MonitOR 2015-2016. Dit is een onderzoek waar ruim 400 OR’en aan hebben deelgenomen.

Jos-Everaers-9748-199x300.jpgIk vind dat best goed, 73% van de OR’en die artikel 24 gebruikt. Met artikel 24 in de hand kun je als OR in de agenda van de bestuurder kijken. Daar was de wetswijziging van de WOR uit 1998 ook voor bedoeld. Bij de voorbereiding van de wijziging van de WOR hield het blad Praktijkblad Medezeggenschap onder zijn lezers een enquête over de knelpunten van de Wet op de Ondernemingsraden. Met stip stond op nummer 1: we krijgen te weinig en te laat informatie! De redactie kwam in actie en startte een lobbycampagne in de Tweede Kamer met een voorstel om dit te verbeteren. De redactie vroeg aan de vorig jaar overleden mr. Frans Vink, auteur van Inzicht en ook wel de ‘godfather van de WOR’ genoemd, hiervoor een voorstel te maken. Hij bedacht een uitbreiding van artikel 24. De formulering van artikel 24, lid 1 was voor 1998 minimaal: ‘In de overlegvergadering wordt ten minste twee per jaar de algemene gang van zaken besproken.’ Het voorstel van Frans Vink en de redactie plakte daar twee volzinnen aan vast: ‘De ondernemer doet in dit kader mededeling over besluiten die hij in voorbereiding heeft, met betrekking tot de onderwerpen als bedoeld in de artikelen 25 en 27. Daarbij worden afspraken wanneer en op welke wijze de ondernemingsraad in de besluitvorming wordt betrokken.’

De paarse coalitiepartijen D66, PvdA en VVD in de Tweede Kamer omarmden deze grote en belangrijke tekstuitbreiding van de WOR meteen. PvdA-minister Ad Melkert van Sociale Zaken en Werkgelegenheid liet via de wandelgangen weten er ook geen bezwaar tegen te hebben. De coalitiepartijen dienden de uitbreiding als gezamenlijke motie in en het werd geruisloos aangenomen. VVD-kamerlid Anne Lize van der Stoel, die ook enthousiast had meegewerkt, kreeg echter vanuit haar VVD-achterban de volle laag. De werkgevers waren woedend. Hoe had zij in hemelsnaam hieraan kunnen meewerken? Bij de volgende verkiezingen belandde ze op de VVD-lijst dan ook op een onverkiesbare plek.

Maar nu had de OR dus wel een belangrijk instrument in handen om tijdig en genoeg informatie te krijgen van zijn bestuurder. Sterker nog: als een bestuurder enige tijd na die algemene vergadering ineens toch met een adviesaanvraag kwam, waar hij in de algemene vergadering niets over had gezegd, kon de OR naar de rechter om de adviesaanvraag ongeldig te verklaren. Een OR heeft op deze manier een sluiting van een vestiging een jaar kunnen uitstellen. De vestiging ging weliswaar toch dicht, maar met een veel beter sociaal plan. Dus OR, wees alert, en gebruik artikel 24 grondig en verstandig. Die 17% die dit artikel nooit gebruiken, zijn sowieso losers.